Duurzaamheidstest en meer
Gelezen in het gratis bakkerblad De Zondag dat John Vandaele, bezieler van ons buurtinitiatief Buren van de Abdij, in MO* van juni (#44), binnenkort in de rekken en on line, het regeringswerk van Paars II zal toetsen aan de doelstellingen die de ploeg in kwestie zich vier jaar terug stelde inzake duurzame ontwikkeling. Lijkt mij hoogst interessant als bagage op weg naar het afrekenkot, op 10 juni a.s. Ik maak meteen van de gelegenheid gebruik om nog eens Johns prachtige boek Het recht van de rijkste. Hebben andersglobalisten gelijk? (Houtekiet, 2005) voor het voetlicht te plaatsen. Daarin wordt een messcherpe én toegankelijke analyse van de belangrijkste internationale economische instellingen ondernomen, en dit met een specifieke focus op het gebrekkige democratische gehalte ervan. Omdat de bespreking ervan die ik mij al lang voornam er de eerste tijd (die in mijn nekvel bijt; HC) toch niet zal inzitten, durf ik hier de recensie die Bernard Desmet voor het tijdschrift Aktief van het Masereelfonds schreef, integraal overnemen. Ik vond de tekst in het e-zine DIOGENE(S), een uitgave van Mediadoc, dat hem dus op zijn beurt overnam.
"John Vandaele brengt met Het recht van de rijkste een welkome introductie op internationale instellingen zoals de Wereld-handelsorganisatie (WHO), de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), het Internationaal Monetair Fonds (IMF), diverse internationale milieuorganisaties, en, ten slotte, ‘de moeder van alle internationale instellingen’, de Verenigde Naties (VN). Telkens heeft hij aandacht voor de geschiedenis, de bevoegdheden en vooral het democratisch functioneren van de besproken instellingen.
Opvallend in zijn analyse is dat de organisaties met de meeste macht en potentieel om het interne beleid van de lidstaten te beïnvloeden, het minst democratisch functioneren. Om een kat een kat te noemen: in IMF en WHO delen de rijke landen de lakens uit en bestaat er [...] nog altijd een op cijns gebaseerd kiesstelsel. Wie de poen levert, bepaalt wat ermee gebeurt, en daarmee uit. Maar het spel wordt sluw gespeeld. Wie mee wil spelen in het beleid van IMF en WHO moet mensen kunnen vrijmaken om het boeltje van nabij te kunnen volgen. Want hoe groot en machtig deze organisaties ook mogen zijn, er wordt niet gewerkt met duidelijke dagordes, laat staan dat er van een fatsoenlijke verslaggeving van de vergaderingen achter gesloten deuren sprake is.
Wat in deze instellingen gemeenzaam ‘consensus’ wordt genoemd, komt vaak neer op een dictaat van de rijke landen die in coulissesamenkomsten en aparte onderonsjes bepalen wat het resultaat van de onderhandelingen moet zijn. Aan de minder gefortuneerden te buigen of te barsten, en gezien de krachtsverhoudingen wordt het meestal het eerste. Vandaele is in deze, en trouwens doorheen z’n hele boek [...] eerder vriendelijk voor de rol die de NGO’s spelen. Door hun goede organisatie en professionalisering kunnen zij het wel aan zo goed en zo kwaad mogelijk de vergaderingen van IMF en WHO te volgen, de deskundigen van deze organisaties wederwoord bieden en de armere landen te adviseren over de gevolgen op lange of korte termijn van deze of gene beslissing.
Maar de ongelijkheid is daarmee verre van weggewerkt. Als de WHO oordeelt dat een land de regels van de internationale vrijhandel niet respecteert, is het aan het gedupeerde land sancties op te leggen aan de overtreder ter waarde van de door de WHO geschatte schade. Maar welk arm land zal het aandurven de EU of de VS te sanctioneren, als zelfs de economische grootmacht EU terugschrikt als het erop aankomt Uncle Sam de wacht aan te zeggen. Een rijk land als België kan het (voorlopig nog) aan het misdadig gezeur van IMF over privatisering van openbare diensten naast zich neer te leggen, als een arm land dit zou aandurven, krijgt het gewoon geen leningen meer en stevent het regelrecht af op een bankroet.
Wat ik ook onthoud uit het boek van Vandaele is de enge interpretatie die momenteel wordt gegeven aan het begrip vrijhandel en eerlijke concurrentie. Organisaties zoals IAO hebben geen feitelijke, enkel een morele macht. Als een land subsidies geeft aan deze of gene sector is dit concurrentievervalsing. Maar dat mensen aan een hongerloon moeten werken, en syndicale vrijheden – de minimumregels van de IAO bijvoorbeeld – worden genegeerd, is geen enkel probleem. En alleen al het naakte feit dat er geen internationale instelling bestaat, die met gezag spreekt over milieu en natuurbehoud, duidt het belang dat deze factor speelt in internationale onderhandelingen: zo goed als geen. Een VS die Kyoto niet naleeft, een minimalistisch verdrag om een fatale opwarming van onze planeet te voorkomen, doet blijkbaar niet aan concurrentievervalsing. De Chinese milieu- en sociale politiek, die mijnwerkers laat creperen in onveilige mijnen, en miljoenensteden zonder drinkbaar water zet door massale vervuiling, belet niet dat China een gewaardeerd lid is van de WHO.
Wie aandachtig Vandaeles betoog leest, krijgt nog wel meer wrange gedachten. De auteur is zo vriendelijk geweest in diverse lijstjes overzichten te bieden van internationale VN-resoluties en afspraken, en de mate van ratificatie door de lidstaten. Als argeloos waarnemer meen ik te kunnen besluiten dat wie eerder trouw de internationale resoluties volgt, zich solidair verklaart met de dynamiek van de wereldgemeenschap. En dat landen die de boot afhouden, zich om bepaalde reden opstellen als Einzelganger. Vandaele maakte zijn huiswerk voor zeven verdragen, met name het verdrag over politieke en burgerlijke rechten, het verdrag over culturele, economische en sociale rechten, een verdrag over de eliminatie van alle vormen van rassendiscriminatie, een verdrag ter eliminatie van alle vormen van vrouwendiscriminatie, een verdrag tegen martelen, een verdrag over de rechten van het kind en tot slot een verdrag over de rechten van migrantwerkers.
China ratificeerde het verdrag over politieke en burgerlijke rechten niet, evenmin als het verdrag over der rechten van de migrantarbeiders. De Europese Unie kwam er nog niet toe het verdrag over de rechten van de migrantarbeiders te ondertekenen. En de VS is gerust in de sociale rechten, in de rechten van de vrouw en de rechten van het kind, terwijl ze er ook nog niet toe kwam de rechten van de migrantwerkers te garanderen. Van tien internationale milieuverdragen, werden er slechts drie door de VS ondertekend – zelfs China ondertekende ze alle tien. Ook sociaal hinkt de VS achterop. Vier fundamentele rechten volgens de IAO, met name de vrijheid van verenigen en collectief onderhandelen, de eliminatie van dwangarbeid, de eliminatie van discriminatie en de afschaffing van de kinderarbeid, werden door de IAO geformuleerd in acht conventies. Het verwondert ons niet dat China er hier slechts drie van bekrachtigde, enkel (alweer) de VS deed nog slechter en bekrachtigde er slechts twee. Het is dan ook een publiek geheim dat het evenzeer in de toch zo vrije VS, als in het nog slechts in naam communistische China een levensgevaarlijke onderneming is met syndicaal werk te starten in de onderneming waar men werkt."
(uit: DIOGENE(S) 85, Onafhankelijk e-zine over mens, media & maatschappij, 8/05/2007, 30 pagina's)
John Vandaele
Het recht van de rijkste
Houtekiet, 2005, 341p
ISBN 978 90 5240 848 4
Het boek is bij de auteur te koop voor 20 € excl. - 25 € incl. verzending.
Stuur daartoe een e-mail met je gegevens.
3 reacties:
jij kent John ook? nice ...
t. - 28 05 07 - 11:31
zo is dat, aanvankelijk vanop enige afstand in Freinetschool Het Trappenhuis, maar sinds kort een pak intensiever via de Buren van de Abdij.
aldo s. () - 28 05 07 - 13:54
ik initieel door sigaretteblaadjes (Rizla Blauw) af te schooien, ergens in de vorige eeuw, en zo raak je aan de babbel ...
t. - 28 05 07 - 23:16
| Wij steunen |
|
|
|
|
|
|
|
|







